op deze pagina informatie over Kleurhistorisch onderzoek (URL 2004) 

Kleurinventarisatie

Tijdens een kleurinventarisatie wordt bekeken wat voor onderzoek er nodig is. De kleuronderzoeker bekijkt in een snelle rondgang de potentie van een gebouw voor het uitvoeren van kleuronderzoek. Dit geeft een globaal beeld welke verflagen aanwezig zijn en waar. De uitkomst leidt tot een beknopte rapportage of tot het opstellen van een Plan van Onderzoek voor één van de onderstaande vervolgonderzoeken. Welk type onderzoek nodig is heeft te maken met de bevindingen en de wensen die tijdens het bouwproces worden geformuleerd.

Kleurverkenning

Deze onderzoekstechniek bestaat uit het laag voor laag afschrapen van de verf waardoor er een chronologisch beeld ontstaat van de gebruikte kleuren. Dit kleurverloop wordt ook wel een stratigrafie of kleurtrapje genoemd.
Naast dit stratigrafisch onderzoek vindt  laboratoriumonderzoek plaats waar de verfstalen of verfmonsters worden onderzocht op verflaagopbouw. Verder maakt het onderzoek gebruik van literatuur-, iconografisch- en architectonisch- en archiefonderzoek naar bijvoorbeeld fotomateriaal, gegevens via mondelinge overdracht, informatie over vorige bewoners en eigenaren en andere historische gegevens.

Specialistisch onderzoek

Soms kunnen de verfstalen ook verder onderzocht worden op het gebruik van bepaalde pigmenten en bindmiddelen. 

Integraal afwerkingsonderzoek

Een integraal afwerkingsonderzoek bestudeert alle afwerkingsmaterialen zoals pleisterwerk, behang, vloerafwerking et cetera.

 

EINDADVIES Hoe de resultaten te interpreteren en wat er vervolgens mee te beginnen is een interdisciplinaire kwestie. Gezien de complexiteit van de vele factoren die mee kunnen spelen is het noodzakelijk dat er goed wordt overlegd tussen alle betrokken partijen: Rijksdienst voor de Monumentenzorg, kleurdeskundigen, restauratiearchitect, aannemer, bouw- en architectuurhistoricus, restaurator, schilder, eigenaar en gebruiker. De aanpak van een restauratie is afhankelijk van verschillende factoren, zoals: . De zeldzaamheid en de kwaliteit van het gebouw. . De beschikbare tijd en middelen. . Het toekomstige gebruik. . De technische mogelijkheden en beperkingen. Afhankelijk van deze factoren wordt er gekozen voor conservering, restauratie, reconstructie of renovatie en worden er restauratoren, restauratieschilders of gewone schilders ingeschakeld.