Specialistisch restauratieschilderwerk in historische interieurs.

Over bladgoud vergulden

In Frankrijk beleefde vergulden tijdens de 17e en 18e eeuw een hoogtepunt. Franse vorsten lieten interieurs en meubels vergulden en goed gesitueerde burgers volgden hun voorbeeld.
Veel ondergronden zijn geschikt om op te vergulden zink, koper, marmer, lood, ijzer, hout, aluminium, glas, leer en baksteen.

Bladgoud vergulden in het werk

Kerktorens met een windvaan, windhaan, windzwaan, torenbol, klokwijzers, wijzerplaten en windwijzers. Hekwerken en hekpoorten met naamsvermelding, versiering op hekken. Zandstenen, koperen of marmeren beelden die zijn verguld. Gevelstenen. Namen of data van panden die zijn gehouwen uit steen.

Een buiten vergulding word aangebracht in dikke kwaliteit bladgoud ook wel dubbel torengoud genoemd. De torenbol en windvaan zijn vaak van koper gemaakt. Op het koper dat heel geschikt is om te vergulden werden eerst verflagen aangebracht in een gele kleur. Hierna bracht men een lijmlaag aan op basis van lijnolie en beplakte men dit met Rosenobelgoud. Dit is de naam van de kleur van het goud en het bestaat uit 23,75 karaat goud. Dubbeltoren staat voor de dikke versie vaak 17 of 18 grams dik. Om de vergulding een lange levensduur te geven worden er twee lagen goud aangebracht en dit gebeurt vandaag de dag nog steeds op dezelfde manier.

Binnen bladgoud vergulden

In historische interieurs werden ruimtes in een bepaalde uitstraling ingericht volgens de laatst geldende mode regels. Vanaf de Renaissance, Barok, Rococo en Neoclassisisme werd er in de belangrijke vertrekken gewerkt met bladgoud accenten. Deze kamers in monumentale panden. grachtenpanden, paleizen en cultureel erfgoed worden stijlkamers genoemd.

© Copyright 2018

Het mooie werk - inloggen